Is er wetenschappelijke bewijs voor psychoanalye?
Er is zeer beperkt wetenschappelijk bewijs voor psychoanalyse, vooral in vergelijking met andere therapieën zoals cognitieve gedragstherapie (CGT) waarvoor veel meer bewijs bestaat. Het gebruik van psychoanalye is daardoor nog moeilijk te verantwoorden.
Psychoanalyse (en afgeleide psychodynamische therapieën) komt van Freud en richt zich op onbewuste processen, vroege ervaringen en innerlijke conflicten. Het is vaak langdurig (meerdere sessies per week, jarenlang). Tegenwoordig bestaan er ook kortdurende psychodynamische therapieën die meer gestructureerd zijn.
Meta-analyses tonen aan dat psychodynamische therapie nauwelijks effectief zijn voor depressie, angststoornissen en persoonlijkheidsstoornissen. Sommige studies suggereren dat effecten blijven toenemen na afloop van de therapie, maar de bewijzen hiervoor zijn zeer beperkt.
Voor klassieke Freudiaanse psychoanalyse (meerdere sessies per week) is het bewijs echter bijzonder zwak tot onbestaande. Dit wordt door de aanhangers verklaard doordat het moeilijk te onderzoeken is (duur, kleine groepen, geen duidelijke protocollen).
Psychoanalyse is minder vaak onderzocht volgens moderne wetenschappelijke standaarden (RCT’s, gestandaardiseerde protocollen). Cognitieve gedragstherapie (CGT) heeft over het algemeen sterker bewijs (grotere studies, makkelijker te standaardiseren).
Bron: https://www.ncbi.nlm.nih.gov/books/NBK76705/
Auteur: Prof. Dr. Dirk Devroey - Laatste update: 2025-08-27 - Copyright: Clinifacts 2026
|