Wanneer is protonentherapie nuttig?
Protonentherapie (proton therapy) is een vorm van bestraling waarbij protonen worden gebruikt in plaats van röntgenstraling (fotonen). Ze kunnen heel precies stoppen op een bepaalde diepte in het lichaam (het Bragg-piek-effect). Daardoor krijg je meer dosis in de tumor en minder schade aan gezond weefsel.
Het wordt vooral ingezet wanneer precisie heel belangrijk is, bijvoorbeeld voor tumoren dicht bij kritieke structuren waar gewone bestraling te veel schade kan geven. Dit is vaak nodig bij hersentumoren, tumoren bij ruggenmerg of oog, schedelbasis–tumoren en hoofd-hals-tumoren die dicht bij de hersenstam of oogzenuwen liggen.
Protonentherapie kan bij kinderen ook aangewezen zijn omdat de bescherming van gezond weefsel cruciaal omdat ze gevoeliger zijn voor bijwerkingen en de bestraling meer risico op latere schade en tweede kanker geeft.
Protonentherapie wordt ook gebruikt bij tumoren die hoge dosis nodig hebben maar waarbij omliggend weefsel kwetsbaar is zoals bij prostaatkanker bij jonge mannen, lymfomen dicht bij hart en longen en longkanker waar fotonen bestralen te veel long- of hartschade zou geven.
Bij veel standaard tumoren (bijv. eenvoudige borstkanker, dikke-darmkanker, veel prostaatkankers) is de winst beperkt of onzeker. Protonentherapie is minder nuttig wanneer de tumor groot en beweeglijk is (sommige long- en buikorganen), omdat protonen gevoeliger zijn voor beweging.
Bron: https://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.1002/pro6.1149
Auteur: Prof. Dr. Dirk Devroey - Laatste update: 2025-11-15 - Copyright: Clinifacts 2025
|